Mattheüs 26:41 Waak en bid, opdat jullie niet in verzoeking
komen. De geest is gewillig, maar het lichaam is zwak.
In de tuin Getsémané op de Olijfberg worstelde Jezus met de
verschrikkelijke angst voor de komende lichamelijke pijn, de
scheiding van God en het sterven voor de zonden van de
wereld. Als Gods Zoon wist Hij dat het nodig was; hiervoor
was Hij in de wereld gekomen. Maar Hij was ook mens en
vocht met die afschuwelijke angst. (Hebreeën 5:7-9).
Jezus kwam niet in opstand tegen Zijn Vader toen Hij vroeg
of de beker (symbool van marteling) aan Hem voorbij kon
gaan. Integendeel, herhaalde Hij de woorden: maar niet wat
Ik wil moet gebeuren, maar wat U wilt.
Jezus vraagt Zijn naaste discipelen (Petrus, Jacobus en
Johannes) om met Hem te blijven waken in dit zware uur van
smart nu het kruis Hem te wachten staat. Hij ging een paar
stappen verder en knielde om te bidden. Daarna ging Hij
terug naar Zijn drie discipelen en zag dat zij in slaap waren
gevallen.
Hij zei tegen Petrus: Konden jullie niet één uurtje met Mij
wakker blijven? Waak en bid (wees toch op je hoede en bid),
dat je niet in verzoeking komt (dat de verleidingen je niet te
sterk worden). De geest is gewillig, maar het lichaam is
zwak.
Jezus gebruikte Petrus vermoeidheid om hem te
waarschuwen voor de beproevingen, die hem te wachten
stonden. De enige manier om beproevingen het hoofd te
bieden, is waakzaam te zijn en te bidden.
Waakzaamheid betekent ook onze eigen zwakheden
kennen, voorbereid zijn op verleidingen die nauwelijks
merkbaar zijn en geestelijk gewapend zijn (Efeziërs 6:10-20)
om weerstand te kunnen bieden.
Omdat verleidingen altijd gericht zijn op onze zwakke
plekken, zijn wij niet in staat ze allemaal het hoofd te bieden.
Gebed is van levensbelang, omdat God er kracht aan
verleent, en het ons de kracht geeft in Jezus naam om
satans macht te verbreken.
Amen!